Übersicht
Niederländisch nach Spanisch:   mehr Daten
  1. geil:
  2. geilen:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für geil (Niederländisch) ins Spanisch

geil:

geil Adjektiv

  1. geil (seksueel opgewonden; opgewonden; hitsig; heet)
    caliente; entusiasmado; excitante; picante; emocionante; sensual

Übersetzung Matrix für geil:

AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
caliente heet
OtherVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
caliente warm
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
caliente geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden aangenaam; geagiteerd; levendig; plezierig; sfeervol; soppig; verhit
emocionante geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden aangrijpend; emotioneel; hartbrekend; hartroerend; hartveroverend; hartverscheurend; ontroerend; roerend; spannende; zinderende
entusiasmado geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden bevlogen; bezield; enthousiast; geestdriftig; gloedvol; hooggestemd
excitante geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden opwindend; pikant; sexy
picante geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden gedurfd; gekruid; gepeperd; gewaagd; hartig; heet; kruidig; opwindend; pikant; pittig; prikkend; scherp; scherp van smaak; sexy; smaak prikkelend; stekend; vlijmend; vlijmscherp
sensual geil; heet; hitsig; opgewonden; seksueel opgewonden benauwd; broeierig; pikant; sensorisch; sensueel; wellustig; wulps; zinlijk; zinnelijk; zinnenprikkelend; zintuiglijk; zwoel

Verwandte Wörter für "geil":

  • geilheid, geiler, geilere, geilst, geilste, geile

Wiktionary Übersetzungen für geil:

geil
adjective
  1. begerig naar bijv. mediageil, publiciteitsgeil

Cross Translation:
FromToVia
geil jodontón; caliente; cachondo; arrecho horny — sexually aroused
geil caliente; bueno; sensual hot — slang: physically very attractive
geil caliente geilerregt, sexuell fordernd, jemanden sexuell attraktiv findend
geil lúbrico; lúbrica lubrique — Qui marquer, qui manifester de la lubricité.

geil form of geilen:

geilen Verb (geil, geilt, geilde, geilden, gegeild)

  1. geilen

Konjugationen für geilen:

o.t.t.
  1. geil
  2. geilt
  3. geilt
  4. geilen
  5. geilen
  6. geilen
o.v.t.
  1. geilde
  2. geilde
  3. geilde
  4. geilden
  5. geilden
  6. geilden
v.t.t.
  1. heb gegeild
  2. hebt gegeild
  3. heeft gegeild
  4. hebben gegeild
  5. hebben gegeild
  6. hebben gegeild
v.v.t.
  1. had gegeild
  2. had gegeild
  3. had gegeild
  4. hadden gegeild
  5. hadden gegeild
  6. hadden gegeild
o.t.t.t.
  1. zal geilen
  2. zult geilen
  3. zal geilen
  4. zullen geilen
  5. zullen geilen
  6. zullen geilen
o.v.t.t.
  1. zou geilen
  2. zou geilen
  3. zou geilen
  4. zouden geilen
  5. zouden geilen
  6. zouden geilen
diversen
  1. geil!
  2. geilt!
  3. gegeild
  4. geilend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für geilen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
pirrarse por geilen