Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. halfslachtig:


Niederländisch

Detailübersetzungen für halfslachtig (Niederländisch) ins Schwedisch

halfslachtig:

halfslachtig Adjektiv

  1. halfslachtig (twijfelmoedig; wankelmoedig; onstandvastig)
    osäker; tveksam; osäkert; tveksamt; vacklande; vacklandet; vankelmodigt; fladdandet
  2. halfslachtig (schoorvoetend; aarzelend; weifelend; wankelmoedig)

Übersetzung Matrix für halfslachtig:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
vacklande gesteiger; twijfelmoedigheid; wankeling; wankelmoedigheid
AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
tveksam halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig ambivalent; discutabel; twijfelachtig; voorlopig bezet
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
fladdandet halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig
motsträvig aarzelend; halfslachtig; schoorvoetend; wankelmoedig; weifelend
motvilligt aarzelend; halfslachtig; schoorvoetend; wankelmoedig; weifelend onbereidwillig; ongedienstig; onwelwillend
ogärna aarzelend; halfslachtig; schoorvoetend; wankelmoedig; weifelend kwaadschiks; met tegenzin; niet graag; ongaarne
osäker halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig gevaarlijk; gewaagd; hachelijk; lastige; niet zeker; ongewis; onvast
osäkert halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig lastige; niet zeker; ongewis; onvast; onveilig
tveksamt halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig aanvechtbaar; ambivalent; bestrijdbaar; betwistbaar; discutabel; dubieus; kwestieus; twijfelachtig
vacklande halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig aarzelend; besluiteloos; weifelachtig; weifelend
vacklandet halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig
vankelmodigt halfslachtig; onstandvastig; twijfelmoedig; wankelmoedig

Verwandte Wörter für "halfslachtig":