Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. beheerst:
  2. beheersen:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für beheerst (Niederländisch) ins Schwedisch

beheerst:

beheerst Adjektiv

  1. beheerst
    lugn; lugnt; behärskat

Übersetzung Matrix für beheerst:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
lugn vredelievendheid; vreedzaamheid; windstilte
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
behärskat beheerst gedomineerd; onderworpen
lugn beheerst effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit
lugnt beheerst amicaal; bedaard; effen; egaal; gedeisd; gelijk; gelijkmoedig; gerust; geslepen; glad; kalm; kameraadschappelijk; plat; rustig; rustigjes; stil; strak; vlak; vlakuit; vriendschappelijk

Verwandte Wörter für "beheerst":

  • beheerstheid

beheersen:

beheersen Verb (beheers, beheerst, beheersde, beheersden, beheerst)

  1. beheersen (bedwingen; beteugelen; matigen; bedaren; intomen)
    behärska; hålla tillbaka
    • behärska Verb (behärskar, behärskade, behärskat)
    • hålla tillbaka Verb (håller tillbaka, höll tillbaka, hållit tillbaka)
  2. beheersen (beteugelen; intomen)
    bromsa; tygla; lägga band på; hålla i schack
    • bromsa Verb (bromsar, bromsade, bromsat)
    • tygla Verb (tyglar, tyglade, tyglat)
    • lägga band på Verb (lägger band på, lade band på, lagt band på)
    • hålla i schack Verb (håller i schack, höll i schack, hållit i schack)
  3. beheersen (machtiger zijn; overheersen; onderwerpen; heersen over)
    vara rådande; bemäktiga
    • vara rådande Verb (är rådande, var rådande, varit rådande)
    • bemäktiga Verb (bemäktigar, bemäktigade, bemäktigat)
  4. beheersen (rustig blijven; inhouden; inslikken)
    hålla sig lugn; behålla sitt lugn

Konjugationen für beheersen:

o.t.t.
  1. beheers
  2. beheerst
  3. beheerst
  4. beheersen
  5. beheersen
  6. beheersen
o.v.t.
  1. beheersde
  2. beheersde
  3. beheersde
  4. beheersden
  5. beheersden
  6. beheersden
v.t.t.
  1. heb beheerst
  2. hebt beheerst
  3. heeft beheerst
  4. hebben beheerst
  5. hebben beheerst
  6. hebben beheerst
v.v.t.
  1. had beheerst
  2. had beheerst
  3. had beheerst
  4. hadden beheerst
  5. hadden beheerst
  6. hadden beheerst
o.t.t.t.
  1. zal beheersen
  2. zult beheersen
  3. zal beheersen
  4. zullen beheersen
  5. zullen beheersen
  6. zullen beheersen
o.v.t.t.
  1. zou beheersen
  2. zou beheersen
  3. zou beheersen
  4. zouden beheersen
  5. zouden beheersen
  6. zouden beheersen
diversen
  1. beheers!
  2. beheerst!
  3. beheerst
  4. beheersend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für beheersen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
behärska bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onder controle hebben
behålla sitt lugn beheersen; inhouden; inslikken; rustig blijven
bemäktiga beheersen; heersen over; machtiger zijn; onderwerpen; overheersen
bromsa beheersen; beteugelen; intomen rekken; temporiseren; vertragen
hålla i schack beheersen; beteugelen; intomen
hålla sig lugn beheersen; inhouden; inslikken; rustig blijven
hålla tillbaka bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen afhouden; bedwingen; beletten; beteugelen; ervanaf houden; in bedwang houden; onderdrukken; onthouden; ophopen; opkroppen; opnemen; opslaan; opstapelen; terughouden; weerhouden
lägga band på beheersen; beteugelen; intomen achterhouden; geen afstand doen van; houden; inhouden
tygla beheersen; beteugelen; intomen beteugelen
vara rådande beheersen; heersen over; machtiger zijn; onderwerpen; overheersen de overhand hebben; heersen

Antonyme für "beheersen":


Verwandte Definitionen für "beheersen":

  1. iets kunnen1
    • hij beheerst het Nederlands perfect1
  2. kalm blijven1
    • hij wilde gaan schelden, maar hij beheerste zich1

Wiktionary Übersetzungen für beheersen:


Cross Translation:
FromToVia
beheersen kontrollera control — to exercise influence over, to suggest or dictate the behavior of