Übersicht
Niederländisch Synonyms:   mehr Daten
  1. verschoten:
  2. verschieten:


Niederländisch

Detailed Synonyms for verschoten in Niederländisch

verschoten:

verschoten Adjektiv

  1. verschoten
    verschoten; bleek; flets; flauw

verschieten:

verschieten Verb (verschiet, verschoot, verschoten, verschoten)

  1. verschieten
    vervagen; vervalen; verschieten; verkleuren; vaal worden
    • vervagen Verb (vervaag, vervaagt, vervaagde, vervaagden, vervaagd)
    • vervalen Verb
    • verschieten Verb (verschiet, verschoot, verschoten, verschoten)
    • verkleuren Verb (verkleur, verkleurt, verkleurde, verkleurden, verkleurd)
    • vaal worden Verb (word vaal, wordt vaal, werd vaal, werden vaal, vaal geworden)

Konjugationen für verschieten:

o.t.t.
  1. verschiet
  2. verschiet
  3. verschiet
  4. verschieten
  5. verschieten
  6. verschieten
o.v.t.
  1. verschoot
  2. verschoot
  3. verschoot
  4. verschoten
  5. verschoten
  6. verschoten
v.t.t.
  1. heb verschoten
  2. hebt verschoten
  3. heeft verschoten
  4. hebben verschoten
  5. hebben verschoten
  6. hebben verschoten
v.v.t.
  1. had verschoten
  2. had verschoten
  3. had verschoten
  4. hadden verschoten
  5. hadden verschoten
  6. hadden verschoten
o.t.t.t.
  1. zal verschieten
  2. zult verschieten
  3. zal verschieten
  4. zullen verschieten
  5. zullen verschieten
  6. zullen verschieten
o.v.t.t.
  1. zou verschieten
  2. zou verschieten
  3. zou verschieten
  4. zouden verschieten
  5. zouden verschieten
  6. zouden verschieten
diversen
  1. verschiet!
  2. verschiet!
  3. verschoten
  4. verschietend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze