Übersicht


Niederländisch

Detailed Synonyms for aan de dijk zetten in Niederländisch

aan de dijk zetten:

aan de dijk zetten Verb (zet aan de dijk, zette aan de dijk, zetten aan de dijk, aan de dijk gezet)

  1. aan de dijk zetten
    afdanken; afvloeien; van zijn positie verdrijven; congé geven; eruit gooien; aan de dijk zetten
    • afdanken Verb (dank af, dankt af, dankte af, dankten af, afgedankt)
    • afvloeien Verb (vloei af, vloeit af, vloeide af, vloeiden af, afgevloeid)
    • van zijn positie verdrijven Verb (verdrijf van zijn positie, verdrijft van zijn positie, verdreef van zijn positie, verdreven van zijn positie, van zijn positie verdreven)
    • eruit gooien Verb (gooi eruit, gooit eruit, gooide eruit, gooiden eruit, eruit gegooid)
    • aan de dijk zetten Verb (zet aan de dijk, zette aan de dijk, zetten aan de dijk, aan de dijk gezet)

Konjugationen für aan de dijk zetten:

o.t.t.
  1. zet aan de dijk
  2. zet aan de dijk
  3. zet aan de dijk
  4. zetten aan de dijk
  5. zetten aan de dijk
  6. zetten aan de dijk
o.v.t.
  1. zette aan de dijk
  2. zette aan de dijk
  3. zette aan de dijk
  4. zetten aan de dijk
  5. zetten aan de dijk
  6. zetten aan de dijk
v.t.t.
  1. ben aan de dijk gezet
  2. bent aan de dijk gezet
  3. is aan de dijk gezet
  4. zijn aan de dijk gezet
  5. zijn aan de dijk gezet
  6. zijn aan de dijk gezet
v.v.t.
  1. was aan de dijk gezet
  2. was aan de dijk gezet
  3. was aan de dijk gezet
  4. waren aan de dijk gezet
  5. waren aan de dijk gezet
  6. waren aan de dijk gezet
o.t.t.t.
  1. zal aan de dijk zetten
  2. zult aan de dijk zetten
  3. zal aan de dijk zetten
  4. zullen aan de dijk zetten
  5. zullen aan de dijk zetten
  6. zullen aan de dijk zetten
o.v.t.t.
  1. zou aan de dijk zetten
  2. zou aan de dijk zetten
  3. zou aan de dijk zetten
  4. zouden aan de dijk zetten
  5. zouden aan de dijk zetten
  6. zouden aan de dijk zetten
en verder
  1. heb aan de dijk gezet
  2. hebt aan de dijk gezet
  3. heeft aan de dijk gezet
  4. hebben aan de dijk gezet
  5. hebben aan de dijk gezet
  6. hebben aan de dijk gezet
diversen
  1. zet aan de dijk!
  2. zet aan de dijk!
  3. aan de dijk gezet
  4. aan de dijk zettende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Related Synonyms for aan de dijk zetten