Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. strakheid:
  2. strak:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für strakheid (Niederländisch) ins Französisch

strakheid:

strakheid [de ~ (v)] Nomen

  1. de strakheid (spanning; gespannenheid)
    la tension; le grippage; le frottement

Übersetzung Matrix für strakheid:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
frottement gespannenheid; spanning; strakheid boenen; frictie; schoonmaakwerk; schrobben; wrijving
grippage gespannenheid; spanning; strakheid
tension gespannenheid; spanning; strakheid concentratie; emotionele spanning; gespannenheid; ingespannenheid; spanning

Verwandte Wörter für "strakheid":



strakheid form of strak:

strak Adjektiv

  1. strak (nauwsluitend; nauw)
    serré; juste; étroit; étroitement; raide
  2. strak (star; verstard)
    fixe; raide; rigide; impassible; fixement
  3. strak (vlak; effen; gelijk; )
  4. strak (strakgespannen)

Übersetzung Matrix für strak:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
juste eerlijke; rechtschapene; rechtvaardige
lisse schering
plat diner; eten; etensbakje; gerecht; kost; kosten; maal; maaltijd; onkosten; plaat; presenteerblaadje; schotel; schoteltje; trog; uitgaaf; uitgaven; voederkrib; voedertrog; voedingsmiddelen; voedsel
uniforme tenue; uniform
égal gelijke; weerga
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
fixe star; strak; verstard bestendig; chagrijnig; definitief; geconcentreerd; ingespannen; knorrig; korzelig; nors; nurks; onafgewend; onbuigzaam; onveranderlijk; onverzettelijk; permanent; stijfkoppig; stug; taai; van sterk gehalte; vastgesteld; vaststaand; verdiept
fixement star; strak; verstard onbuigzaam; onverzettelijk; stijfkoppig; stug; taai
impassible star; strak; verstard bedaard; chagrijnig; emotieloos; gelijkmoedig; gerust; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; kalm; knorrig; koel; koelbloedig; korzelig; koud; liefdeloos; luchthartig; nors; nurks; onaandoenlijk; onaangebroken; onaangedaan; onaangeroerd; onaangetast; onbekommerd; onberoerd; onbesuisd; onbewogen; onbezorgd; onbuigzaam; onderkoeld; ongebruikt; ongehinderd; ongemoeid; ongeopend; ongestoord; ongevoelig; onverschillig; onverschrokken; onverstoord; onverzettelijk; onverzwakt; rustig; stijfkoppig; stug; taai; vrijuit; zielloos; zorgeloos
juste nauw; nauwsluitend; strak aannemelijk; beslist; braaf; chagrijnig; correct; daarnet; degelijk; eerlijk; eng; fair; feitelijk; geconcentreerd; gefundeerd; gegrond; geheid; geldig; gewis; goed; grondig; heus; ingespannen; integer; juist; kloppend; knorrig; korzelig; krap; krek; logisch; met weinig ruimte; nauw; net; nog maar; nors; nurks; onbesproken; onkreukbaar; op goede gronden steunend; pas; precies; rakelings; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; reëel; solide; steekhoudend; stellig; ternauwernood; uitgerekend; valabel; valide; van sterk gehalte; vast; vast en zeker; verdiept; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker; zojuist; zonet; zorgvuldig
lisse effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit glad neerliggend; sluik
plat effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit eenvormig; glad neerliggend; sluik; uniform
raide nauw; nauwsluitend; star; strak; verstard afgemeten; beschonken; bezopen; chagrijnig; dronken; harkerig; houterig; knorrig; korzelig; krukkig; ladderzat; nors; nurks; onbeholpen; onbuigzaam; onhandig; onverzettelijk; opgemeten; platzak; schutterig; slungelig; stijf; stijfjes; stijfkoppig; stijve; stram; stroef; stug; stumperig; stuntelig; sukkelig; taai; zat
rigide star; strak; verstard chagrijnig; fel; gestreng; hanig; knorrig; korzelig; met grote juistheid; nauwgezet; niet toegevend; nors; nurks; onbuigzaam; onvermurwbaar; onverzettelijk; pinnig; scherp; snibbig; stijfkoppig; streng; strikt; stringent; stug; taai; vinnig; vlijmend; volgens de regels
sans cérémonies effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit botweg
sans détours effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit bot; botweg; cru; direct; eerlijk; fideel; kaarsrecht; kernachtig; kortaf; lijnrecht; loodrecht; met open vizier; onbewimpeld; ongezouten; onomwonden; onverbloemd; onverholen; open; openhartig; openlijk; oprecht; platweg; raak; recht; rechttoe rechtaan; rondborstig; ronduit; trouwhartig; vrij; vrijelijk; vrijuit; zonder omhaal; zonder omwegen
sans égards effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit botweg
serré nauw; nauwsluitend; strak beklemd; bekneld; bekrompen; benepen; chagrijnig; dringend; eng; geklemd; kleingeestig; kleinzielig; klemgereden; klemgezet; klemmend; knorrig; korzelig; krap; met spoed; met weinig ruimte; nauw; nors; nurks; onbuigzaam; onverzettelijk; smal; smalletjes; spoedeisend; stijfkoppig; stug; taai; urgent; van geringe breedte
tendu raide strak; strakgespannen
tout net effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit bot; botweg; gladaf; kortaf; zonder omhaal
uniforme effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit compatibel; eender; eenvormig; exact hetzelfde; geheel gelijk; gelijk; gelijkslachtig; gelijkvormig; hetzelfde; homogeen; identiek; net zo; uniform; verenigbaar
uniformément effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit eenvormig; uniform
égal effen; egaal; gelijk; geslepen; glad; plat; strak; vlak; vlakuit analoog; congruent; desgelijks; dito; eender; eenvormig; evenzo; exact hetzelfde; geheel gelijk; gelijk; gelijkaardig; gelijkslachtig; gelijksoortig; hetzelfde; idem; idem dito; identiek; net zo; om het even; ook; op dezelfde wijze; precies hetzelfde; precies zo; soortgelijk; uniform
étroit nauw; nauwsluitend; strak bekrompen; eng; kleinburgerlijk; krap; met weinig ruimte; nauw; smal; smalletjes; van geringe breedte
étroitement nauw; nauwsluitend; strak eng; krap; met weinig ruimte; nauw; smal; smalletjes; van geringe breedte

Verwandte Wörter für "strak":


Wiktionary Übersetzungen für strak:

strak
adjective
  1. Traductions à trier suivant le sens

Cross Translation:
FromToVia
strak tendu tense — showing stress or strain

Computerübersetzung von Drittern: