Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. nasturen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für nasturen (Niederländisch) ins Französisch

nasturen:

nasturen Verb (stuur na, stuurt na, stuurde na, stuurden na, nagestuurd)

  1. nasturen
    réexpédier; faire suivre
    • réexpédier Verb (réexpédie, réexpédies, réexpédions, réexpédiez, )

Konjugationen für nasturen:

o.t.t.
  1. stuur na
  2. stuurt na
  3. stuurt na
  4. sturen na
  5. sturen na
  6. sturen na
o.v.t.
  1. stuurde na
  2. stuurde na
  3. stuurde na
  4. stuurden na
  5. stuurden na
  6. stuurden na
v.t.t.
  1. heb nagestuurd
  2. hebt nagestuurd
  3. heeft nagestuurd
  4. hebben nagestuurd
  5. hebben nagestuurd
  6. hebben nagestuurd
v.v.t.
  1. had nagestuurd
  2. had nagestuurd
  3. had nagestuurd
  4. hadden nagestuurd
  5. hadden nagestuurd
  6. hadden nagestuurd
o.t.t.t.
  1. zal nasturen
  2. zult nasturen
  3. zal nasturen
  4. zullen nasturen
  5. zullen nasturen
  6. zullen nasturen
o.v.t.t.
  1. zou nasturen
  2. zou nasturen
  3. zou nasturen
  4. zouden nasturen
  5. zouden nasturen
  6. zouden nasturen
en verder
  1. ben nagestuurd
  2. bent nagestuurd
  3. is nagestuurd
  4. zijn nagestuurd
  5. zijn nagestuurd
  6. zijn nagestuurd
diversen
  1. stuur na!
  2. stuurt na!
  3. nagestuurd
  4. nasturend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für nasturen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
faire suivre nasturen doorsturen; doorzenden; nabezorgen; naleveren; nazenden
réexpédier nasturen doorsturen; doorzenden; nazenden