Niederländisch

Detailübersetzungen für zenuwlijder (Niederländisch) ins Deutsch

zenuwlijder:

zenuwlijder [de ~ (m)] Nomen

  1. de zenuwlijder (neuroot; zenuwpees)
    der Neurotiker; der Nervenkranke; die Schussel; Nervenbündel
  2. de zenuwlijder (neuroot)
    der Neurotiker; der Nervenkranke; die Schussel
  3. de zenuwlijder (druktemaker)
    der Angeber; der Schwätzer; Großmaul; der Prahler; der Wichtigtuer; der Aufschneider; der Großsprecher; der Großtuer; der Dicktuer
  4. de zenuwlijder (herrieschopper; druktemaker)
    der Rabauke; der Sprücheklopfer; der Wichtigtuer; der Rabatzmacher
  5. de zenuwlijder (zenuwpatiënt)
    der Nervenpatient

Übersetzung Matrix für zenuwlijder:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Angeber druktemaker; zenuwlijder bluffer; bluffers; branieschopper; charlatan; dikdoener; dikdoeners; gladjanus; gluiperd; grootspreker; haantje; hol vat; kwakzalver; leeg vat; opschepper; opscheppers; opsnijder; opsnijders; pocher; pochers; praatjesmakers; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen; wonderdokter
Aufschneider druktemaker; zenuwlijder blaaskaak; bluffer; bluffers; dikdoener; dikdoeners; grootspreker; herrieschopper; hol vat; kabaalmaker; lawaaimaker; leeg vat; opschepper; opscheppers; opsnijder; opsnijders; pocher; pochers; praalhansen; praatjesmaker; praatjesmakers; showbinken; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen
Dicktuer druktemaker; zenuwlijder bluffer; bluffers; dikdoener; dikdoeners; hol vat; leeg vat; opschepper; opscheppers; opsnijder; opsnijders; pocher; pochers; praalhansen; praatjesmakers; showbinken; snoever; snoevers; spekkoper; spekkopers; windbuil; windbuilen
Großmaul druktemaker; zenuwlijder bluffer; brulboei; dikdoener; een vreemde snuiter; grootspreker; opschepper; opscheppers; pocher; praatjesmakers; schreeuwer; schreeuwlelijk; snoeshaan; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen
Großsprecher druktemaker; zenuwlijder blaaskaak; bluffer; dikdoener; grootspreker; opschepper; opscheppers; pocher; praatjesmaker; praatjesmakers; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen
Großtuer druktemaker; zenuwlijder bluffer; branie; dikdoener; dikdoenerij; dikdoeners; gebluf; gebral; gepoch; gepraal; grootspraak; opschepper; opschepperij; opscheppers; opsnijder; patser; pocher; praalzucht; praatjesmakers; snoever; snoeverij; snoevers; windbuil; windbuilen
Nervenbündel neuroot; zenuwlijder; zenuwpees
Nervenkranke neuroot; zenuwlijder; zenuwpees neurote; zenuwlijdster
Nervenpatient zenuwlijder; zenuwpatiënt zenuwpatiënt
Neurotiker neuroot; zenuwlijder; zenuwpees neurote; zenuwlijdster
Prahler druktemaker; zenuwlijder dikdoeners; een vreemde snuiter; grootspreker; hol vat; leeg vat; opschepper; opsnijder; snoeshaan; snoever
Rabatzmacher druktemaker; herrieschopper; zenuwlijder
Rabauke druktemaker; herrieschopper; zenuwlijder ellendeling; klier; kreng; mispunt; rabauw; schoffie; schoft; schoftje; schurk; smeerlap; stuk ongeluk; vlegel; vlerk
Schussel neuroot; zenuwlijder; zenuwpees achterlijke; dommerik; druiloor; dwaas; idioot; kalfskop; minkukel; neurote; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; onnozele kerel; rund; schaapskop; schapenkop; simpele ziel; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken; zenuwlijdster
Schwätzer druktemaker; zenuwlijder bluffer; bluffers; dikdoener; opschepper; opscheppers; opsnijders; pocher; pochers; praalhansen; praatjesmakers; showbinken; snoever; snoevers; tater; veelprater; windbuil; windbuilen; zwammers
Sprücheklopfer druktemaker; herrieschopper; zenuwlijder
Wichtigtuer druktemaker; herrieschopper; zenuwlijder bluffer; bluffers; dikdoener; dikdoeners; druktemaker; levenmaker; opschepper; opscheppers; opsnijder; opsnijders; patser; pocher; pochers; praalhans; praatjesmakers; showbink; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen

Verwandte Wörter für "zenuwlijder":

  • zenuwlijders