Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. wegsplitsing:


Niederländisch

Detailübersetzungen für wegsplitsing (Niederländisch) ins Deutsch

wegsplitsing:

wegsplitsing [de ~ (v)] Nomen

  1. de wegsplitsing (tweesprong)
    die Abzweigung; die Gabelung
  2. de wegsplitsing (driesprong; splitsing)
    die dreiarmige Weggabelung; die Abzweigung; die Verzweigung; die Gabelung
  3. de wegsplitsing (wegkruising; kruising; splitsing; kruispunt; kruising van straten)
    die Kreuzung; die Gabelung; die Abzweigung; die Straßenkreuzung

Übersetzung Matrix für wegsplitsing:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Abzweigung driesprong; kruising; kruising van straten; kruispunt; splitsing; tweesprong; wegkruising; wegsplitsing aftakking; splitsing; vertakking
Gabelung driesprong; kruising; kruising van straten; kruispunt; splitsing; tweesprong; wegkruising; wegsplitsing aftakking; knooppunt; kruispunt; opsplitsing; overtocht; overvaart; splitsing; verkeersknooppunt; vertakking; zijtak
Kreuzung kruising; kruising van straten; kruispunt; splitsing; wegkruising; wegsplitsing knooppunt; kruising; kruispunt; mengvorm; overtocht; overvaart; punt waar lijnen elkaar kruisen; tussenvorm; verkeersknooppunt; viersprong
Straßenkreuzung kruising; kruising van straten; kruispunt; splitsing; wegkruising; wegsplitsing knooppunt; kruising; kruispunt; overtocht; overvaart; punt waar lijnen elkaar kruisen; verkeersknooppunt
Verzweigung driesprong; splitsing; wegsplitsing aftakking; branche; branche-element; splitsing; vertakking; voorwaardelijke branche; zijtak
dreiarmige Weggabelung driesprong; splitsing; wegsplitsing

Verwandte Wörter für "wegsplitsing":

  • wegsplitsingen