Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. smalen:
  2. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für smalen (Niederländisch) ins Deutsch

smalen:

smalen Verb (smaal, smaalt, smaalde, smaalden, gesmaald)

  1. smalen (smaden)
    verspotten; verhöhnen; spotten; verächtlich oder hönisch reden von

Konjugationen für smalen:

o.t.t.
  1. smaal
  2. smaalt
  3. smaalt
  4. smalen
  5. smalen
  6. smalen
o.v.t.
  1. smaalde
  2. smaalde
  3. smaalde
  4. smaalden
  5. smaalden
  6. smaalden
v.t.t.
  1. heb gesmaald
  2. hebt gesmaald
  3. heeft gesmaald
  4. hebben gesmaald
  5. hebben gesmaald
  6. hebben gesmaald
v.v.t.
  1. had gesmaald
  2. had gesmaald
  3. had gesmaald
  4. hadden gesmaald
  5. hadden gesmaald
  6. hadden gesmaald
o.t.t.t.
  1. zal smalen
  2. zult smalen
  3. zal smalen
  4. zullen smalen
  5. zullen smalen
  6. zullen smalen
o.v.t.t.
  1. zou smalen
  2. zou smalen
  3. zou smalen
  4. zouden smalen
  5. zouden smalen
  6. zouden smalen
en verder
  1. ben gesmaald
  2. bent gesmaald
  3. is gesmaald
  4. zijn gesmaald
  5. zijn gesmaald
  6. zijn gesmaald
diversen
  1. smaal!
  2. smaalt!
  3. gesmaald
  4. smalend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für smalen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
spotten smaden; smalen belachelijk maken; bespotten; de spot drijven; ironiseren; schamperen
verhöhnen smaden; smalen belachelijk maken; bespotten; de draak steken; de spot drijven; ironiseren; schamperen; spotten
verspotten smaden; smalen belachelijk maken; bespotten; de draak steken; de spot drijven; ironiseren; spotten; uitlachen
verächtlich oder hönisch reden von smaden; smalen

Wiktionary Übersetzungen für smalen:

smalen
verb
  1. blijk geven van minachting