Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. gevangen zitten:


Niederländisch

Detailübersetzungen für gevangen zitten (Niederländisch) ins Deutsch

gevangen zitten:

gevangen zitten Verb (zit gevangen, zat gevangen, zaten gevangen, gevangen gezeten)

  1. gevangen zitten

Konjugationen für gevangen zitten:

o.t.t.
  1. zit gevangen
  2. zit gevangen
  3. zit gevangen
  4. zitten gevangen
  5. zitten gevangen
  6. zitten gevangen
o.v.t.
  1. zat gevangen
  2. zat gevangen
  3. zat gevangen
  4. zaten gevangen
  5. zaten gevangen
  6. zaten gevangen
v.t.t.
  1. heb gevangen gezeten
  2. hebt gevangen gezeten
  3. heeft gevangen gezeten
  4. hebben gevangen gezeten
  5. hebben gevangen gezeten
  6. hebben gevangen gezeten
v.v.t.
  1. had gevangen gezeten
  2. had gevangen gezeten
  3. had gevangen gezeten
  4. hadden gevangen gezeten
  5. hadden gevangen gezeten
  6. hadden gevangen gezeten
o.t.t.t.
  1. zal gevangen zitten
  2. zult gevangen zitten
  3. zal gevangen zitten
  4. zullen gevangen zitten
  5. zullen gevangen zitten
  6. zullen gevangen zitten
o.v.t.t.
  1. zou gevangen zitten
  2. zou gevangen zitten
  3. zou gevangen zitten
  4. zouden gevangen zitten
  5. zouden gevangen zitten
  6. zouden gevangen zitten
diversen
  1. zit gevangen!
  2. zit gevangen!
  3. gevangen gezeten
  4. gevangen zittend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für gevangen zitten:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
im Gefängniss sitzen gevangen zitten
in Haft sitzen gevangen zitten

Verwandte Übersetzungen für gevangen zitten