Niederländisch

Detailübersetzungen für doorsmeren (Niederländisch) ins Deutsch

doorsmeren:

doorsmeren Verb (smeer door, smeert door, smeerde door, smeerden door, doorgesmeerd)

  1. doorsmeren
    schmieren; einschmieren; fetten; ölen; einfetten; einreiben; abschmieren
    • schmieren Verb (schmiere, schmierest, schmieret, schmierete, schmieretet, geschmiert)
    • einschmieren Verb (schmiere ein, schmierst ein, schmiert ein, schmierte ein, schmiertet ein, eingeschmiert)
    • fetten Verb (fette, fettest, fettet, fettete, fettetet, gefettet)
    • ölen Verb (öle, ölst, ölt, ölte, öltet, geölt)
    • einfetten Verb (fette ein, fettest ein, fettet ein, fettete ein, fettetet ein, eingefettet)
    • einreiben Verb (reibe ein, reibst ein, reibt ein, rieb ein, riebt ein, eingerieben)
    • abschmieren Verb (schmiere ab, schmierst ab, schmiert ab, schmierte ab, schmiertet ab, abgeschmiert)

Konjugationen für doorsmeren:

o.t.t.
  1. smeer door
  2. smeert door
  3. smeert door
  4. smeren door
  5. smeren door
  6. smeren door
o.v.t.
  1. smeerde door
  2. smeerde door
  3. smeerde door
  4. smeerden door
  5. smeerden door
  6. smeerden door
v.t.t.
  1. heb doorgesmeerd
  2. hebt doorgesmeerd
  3. heeft doorgesmeerd
  4. hebben doorgesmeerd
  5. hebben doorgesmeerd
  6. hebben doorgesmeerd
v.v.t.
  1. had doorgesmeerd
  2. had doorgesmeerd
  3. had doorgesmeerd
  4. hadden doorgesmeerd
  5. hadden doorgesmeerd
  6. hadden doorgesmeerd
o.t.t.t.
  1. zal doorsmeren
  2. zult doorsmeren
  3. zal doorsmeren
  4. zullen doorsmeren
  5. zullen doorsmeren
  6. zullen doorsmeren
o.v.t.t.
  1. zou doorsmeren
  2. zou doorsmeren
  3. zou doorsmeren
  4. zouden doorsmeren
  5. zouden doorsmeren
  6. zouden doorsmeren
en verder
  1. is doorgesmeerd
  2. zijn doorgesmeerd
diversen
  1. smeer door!
  2. smeert door!
  3. doorgesmeerd
  4. doorsmerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für doorsmeren:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
abschmieren doorsmeren inoliën; invetten; oliën; smeren
einfetten doorsmeren afreizen; inoliën; invetten; oliën; opstappen; smeren; vertrekken; verwijderen; weggaan; wegreizen; wegtrekken
einreiben doorsmeren inpeperen; inwrijven
einschmieren doorsmeren afreizen; inoliën; insmeren; invetten; oliën; opstappen; smeren; vertrekken; verwijderen; viesmaken; vuilmaken; weggaan; wegreizen; wegtrekken
fetten doorsmeren afreizen; inoliën; invetten; oliën; opstappen; smeren; vertrekken; verwijderen; weggaan; wegreizen; wegtrekken
schmieren doorsmeren afreizen; inoliën; invetten; keutelen; kladden; kladderen; kliederen; klodderen; knoeien; morsen; neerkladden; oliën; opstappen; smeren; vertrekken; verwijderen; vlekken; weggaan; wegreizen; wegtrekken
ölen doorsmeren afreizen; inoliën; invetten; oliën; opstappen; smeren; vertrekken; verwijderen; weggaan; wegreizen; wegtrekken; zalven

Wiktionary Übersetzungen für doorsmeren:


Cross Translation:
FromToVia
doorsmeren schmieren enduire — Traductions à trier suivant le sens
doorsmeren schmieren; betten; ausbreiten; ausrecken; strecken; ausstrecken; erstrecken; aufspannen; ausspannen; auslegen; auswerfen; aufhängen; recken; ausdehnen; dehnen; erweitern; verdünnen; verwässern; diluieren étendre — Traductions à trier suivant le sens