Deutsch

Detailübersetzungen für linker (Deutsch) ins Niederländisch

linker:

linker Adjektiv

  1. linker (links)
    links; linker

Übersetzung Matrix für linker:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
links linker Flügel
AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
linker linker; links
links linker; links links; links ab; links herum
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
linker Linker
links läppisch; stümperhaft

Wiktionary Übersetzungen für linker:


Cross Translation:
FromToVia
linker linker-; links gauche — Qui se trouve du côté de son cœur (en supposant que son cœur est du même côté que pour la majorité des être humain), ou encore du côté opposé à celui de la main qui sert à écrire chez la majorité (dans le cas où on parle de soi, car on utilise cet adjectif en adoptant le point de vue de la person

Linker:

Linker

  1. Linker

Übersetzung Matrix für Linker:

AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
linker linker; links
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
linker Linker

Verwandte Übersetzungen für linker



Niederländisch

Detailübersetzungen für linker (Niederländisch) ins Deutsch

linker:

linker Adjektiv

  1. linker (links)
    linker; links

linker

  1. linker

Übersetzung Matrix für linker:

Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Linker linker
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
linker linker; links
links linker; links links; linksaf; linksom

Verwandte Wörter für "linker":


linker form of link:

link [de ~] Nomen

  1. de link (onderling verband; verband; relatie; )
    der Zusammenhang; der Verband; die Beziehung; die Verbindung; die Konnexion; der Konnex; die Gemeinschaft; die Binde; der Vertrag
  2. de link (verbinding; relatie; verband; )
    der Anschluß; die Verbindung; die Beziehung; die Bindung; die Gemeinschaft; der Verband; die Einheitlichkeit; der Zusammenhang
  3. de link (hyperlink)
  4. de link

Übersetzung Matrix für link:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Anschluß aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding aansluiting; connectie; contact; elektriciteitsaansluiting; telefoonaansluiting; telefoonlijn; verbinding
Beziehung aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding aansluiting; affaire; connectie; contact; liaison; liefdesbetrekking; liefdesrelatie; relatie; verbinding; verhouding; verkering
Binde connectie; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband banddoek; draagband; draagverband; geluidsniveau; mitella; verband; verbandgaas; volume; zwachtel; zwachteling
Bindung aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding akkoord; band; binding; bond; bondgenootschap; federatie; gebondenheid; gegevensbinding; geluidsniveau; liga; pact; unie; verbond; verdrag; volume
Einheitlichkeit aansluiting; band; connectie; liaison; link; relatie; samenhang; verband; verbinding eenheid; eenvormigheid; eenzelvigheid; gelijkvormigheid; monotonie; uniformiteit
Gemeinschaft aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding ambachtsgilde; bond; broederschap; burgers; club; coöperatie; gemeenschap; genootschap; geslachtsgemeenschap; gilde; omgang; orde; organisatie; paring; relatie; samenwerkingsverband; societiet; sociëteit; soos; unie; vakgenootschap; vereniging; verkeer; verwantschap
Konnex connectie; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband
Konnexion connectie; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband alliantie; bond; bondgenootschap; eenwording; verbond
Verband aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding akkoord; band; binding; bond; bondgenootschap; broederschap; correlatie; coöperatie; federatie; genootschap; liga; pact; relatie; samenhang; samenwerkingsverband; sociëteit; unie; verband; verbandgaas; verbinding; verbond; verdrag; vereniging; verwantschap; zwachtel; zwachteling
Verbindung aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding aaneenkoppeling; aaneensluiting; aaneenvoeging; aansluiting; affaire; akkoord; alliantie; associatie; avontuurtje; band; bereikbaarheid; binding; bond; bondgenootschap; broederschap; coalitie; connectie; connectiviteit; contact; correlatie; coöperatie; federatie; gebondenheid; genootschap; koppeling; las; liaison; liefdesrelatie; liga; pact; relatie; samenhang; samenvoeging; samenwerkingsverband; slippertje; sociëteit; studentenbond; studentenvereniging; unie; verband; verbinding; verbond; verdrag; vereniging; verhouding; verloving; verwantschap
Vertrag connectie; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband aanvraag; acte; akkoord; akte; band; bewijsstuk; binding; bond; bondgenootschap; contract; federatie; liga; overeenkomst; pact; taak; traktaat; unie; verbond; verdrag
Zusammenhang aansluiting; band; connectie; liaison; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding band; context; correlatie; omstandigheden; relatie; samenhang; tekstverband; verband; verbinding; verwantschap; zinsverband
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Beziehung Relatie
Link hyperlink; link koppelen
symbolische Verknüpfung link
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
abgefeimt arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw boefachtig; boosaardig; gemeen; gluiperig; schurkachtig; vals
ausgekocht arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; bijdehand; boefachtig; boosaardig; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniaal; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; kien; leep; listig; pienter; raak; schrander; schurkachtig; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; stiekem; uitgekookt; uitgeslapen; vals; vernuftig
berechnend arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw berekend; berekenend; gehaaid; gewiekst; steeds op voordeel uit
durchtrieben arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; behorende tot de harde kern; bijdehand; boefachtig; boosaardig; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; leep; listig; raak; schurkachtig; slinks; sluw; snedig; snood; stiekem; uitgekookt; vals; van de harde kern
falsch arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw abuis; achterbaks; banaal; bedriegelijk; doortrapt; ernaast; fout; foutief; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; grof; kwaadwillig; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; listig; lomp; met slechte intentie; mis; nagemaakt; niet echt; niet hoog; onecht; onedel; ongepast; onjuist; onkies; onvertogen; onwaar; plat; platvloers; schunnig; slecht; slinks; sluw; snood; stiekem; ten onrechte; triviaal; tweetongig; uitgekookt; vals; valselijk; verkeerd; vunzig
gerissen arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; bij de pinken; bijdehand; boefachtig; boosaardig; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; gescheurd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; goochem; kien; leep; listig; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; schurkachtig; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vals
gewandt arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; behendig; bekwaam; bijdehand; briljant; clever; doorkneed; doortrapt; ervaren; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; handig; ingenieus; kien; knap; kundig; kunstig; leep; listig; pienter; raak; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; stiekem; uitgekookt; uitgeslapen; vaardig; vindingrijk
gewichst arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; bijdehand; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; kien; leep; listig; pienter; raak; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; stiekem; uitgekookt; uitgeslapen
hinterhältig arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; banaal; bedriegelijk; boefachtig; boosaardig; donker; doortrapt; dubieus; duister; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; glibberig; gluiperig; grof; in het geniep; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; listig; lomp; luguber; macaber; min; nagemaakt; obscuur; onecht; onedel; onguur; onwaar; plat; platvloers; schunnig; schurkachtig; slecht; slinks; sluw; snood; spookachtig; stiekem; triviaal; uitgekookt; vals; verdacht; vunzig
hinterlistig arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; banaal; bedriegelijk; clever; donker; doortrapt; dreigend; dubieus; duister; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; glibberig; gluiperig; grof; heimelijk; huiveringwekkend; in het geheim; in het geniep; kien; kwaadwillig; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; listig; lomp; luguber; macaber; met slechte intentie; min; nagemaakt; obscuur; onecht; onedel; onguur; onheilspellend; onwaar; op steelse wijze; pienter; plat; platvloers; schrander; schunnig; sinister; slecht; slim; slinks; sluw; snood; snugger; spookachtig; steels; steelsgewijze; stiekem; tersluiks; triviaal; tweetongig; uitgekookt; uitgeslapen; vals; verdacht; vunzig
link arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw
listig arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; boefachtig; boosaardig; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; kien; leep; listig; pienter; scherpzinnig; schrander; schurkachtig; slim; slinks; sluw; snood; snugger; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vals
raffiniert arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; behendig; bekwaam; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; handig; kundig; leep; listig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt; vaardig
schlau arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; adrem; behendig; bekwaam; bij de pinken; bijdehand; briljant; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; goochem; handig; ingenieus; intelligent; kien; knap; kundig; kunstig; leep; leuk om te zien; listig; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; spits; stiekem; uitgekookt; uitgeslapen; vaardig; vindingrijk
spitzfindig arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw adrem; behendig; bekwaam; bijdehand; clever; gevat; handig; kien; kundig; pienter; raak; scherpzinnig; schrander; slim; snedig; snugger; sofistisch; spitsvondig; uitgekiend; uitgeslapen; vaardig
verschlagen arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw achterbaks; boefachtig; boosaardig; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; leep; listig; schurkachtig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt; vals
verschmitzt arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; leep; link; listig; slinks; sluw adrem; bengelachtig; bijdehand; elegant; ernaast; fijntjes; fijnzinnig; fout; foutief; gehaaid; geslepen; gevat; gewiekst; gracieus; guitig; kwajongensachtig; leep; mis; ondeugend; onjuist; onwaar; raak; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; sierlijk; sluw; snaaks; snedig; spotachtig; ten onrechte; verfijnd; verkeerd

Verwandte Wörter für "link":


Wiktionary Übersetzungen für link:

link
noun
  1. een betrekking of relatie
  2. een verwijzing

Cross Translation:
FromToVia
link Verbindung link — connection
link Verknüpfung link — element of a chain
link Link; Hyperlink link — computing: hyperlink
link gefährlich; bedrohlich dangereux — Qui met en danger (sens général)
link Bezug; Verweis; Link lien — Langage informatique
link Allianz; Band; Bund; Bündnis; Liga; Verband; Verbindung ligueconfédération de plusieurs État, pour se défendre ou pour attaquer.
link waghalsig; besorglich; gefährlich périlleux — Qui est dangereux, où il y a du péril.
link furchtbar; besorglich; gefährlich redoutable — Qui être à redouter.