Most Recent niederländische Words:

opvoeren opvaren wetenschap beleven hevig brandweerman vuur vuren brand branden landen marmelade bijhouden geldig opgroeien maïs kadaver salon aantrekken aangetrokken baby koelkast spore apparaat Apparaten apparaten achter scheuren scheur vangen vang kookplaat fornuis antwoord antwoorden uitblijven keukenkast aandoen aangedaan aanrecht rond ronden intocht broer fik fikken verkleumen verkleumd ontmoeten ontmoet kloot t.h.t. tot ziens pluim nakomeling nakomelingen goot jonker toeslag preuts oranje snoezepoes modder modderen bord borden voldoening tegenkomen bezielen bedenken koffer ooit voorwerp voorwerpen magisch schitterend schitteren poging raam ramen sjouwen achterwege verzinnen verzoenen nogal bureau vishandel gat meerderen toen leger legers bont schoppen schop laars loodzwaar baan banen bovendien quotum opzetten opzet uitschelden aardig sierlijk spalken lekkerbek lekkerbekje wankelbaar culinair klinken klink onzijdig buigen boog bogen klaarmaken bejegenen zwezerik klomp wilg koe mol molen pauw hert eend konijn winddicht bloeddorstig Kies goedemorgen BTW-nummer ledematen ledemaat steunen steun praten gepraat in invaren innen oma scheiden haar ezel gaan iets ergens bij verspreiden zwartmaken vermelding bescheid hieronder opvolgen bediscussiëren beroeren beroerd pover priem priemen lied ontvangen vervangen leegdrinken leeg leegmaken nooit uitdoen uittrekken redelijk troep troepen overhandigen inhouden inhoud Inhoud gieten restant overblijfsel zielig tegenwoordig herinnering hoogte voorgerecht kuiper voorletter voorletters achternaam Achternaam vlek vlekken geweldenaar krachtig zinderen zinderend ervan zelfverzekerd

Most Recent spanische Words:

aumentar producir año ano experimento niño niños razón aquello aquellos absurdo antepecho virgen vírgenes apoyar apoyo apoyarse intenso incendio incendiar incendiarse seguir desfavorable seguimiento móvil Móvil calificado autorizar autorizado incautar requisar tradicionalmente rimeros montón montones cambiante presentar presentarse presente ¡presente! lisonjear moralidad también bucle bienvenido mas más Más enojado airado permitir embuchar ser era salón tartajoso bellísimo banda bando jauría grupo chusmear morgue aparador tarea cadáver reacción asistencia afectar afectado efectuar sótano arraigar actividad sensación drogodependiente leer acertar acertado aceptar aceptado trampero lema bueno generar aunque adquirir CIF/NIF disposición tratar movilidad restaurar integral íntegral hijastro hijastra enfermo nimio porque porqué chorizo protestón protestona refunfuñón consejero lúgubre durante obtener precisar preciso pista retroceder sentirse sin cuyo bazar ordeñar incomestible desagradable melocotón lañar complaciente compañero compañeros funcionar función funciones preguntar preguntarse bidireccional inhabitual brezo pendón crucial apañar impávido vendedor romper educador educadora crédito subfase acceso braga bragas innovación relevante incentivar paralelamente además aprender dar dado igualmente rápido agilizar especificar lago necesario mencionar mucho muchos esencial ayudar obligación Permitir consignar estándar especialmente recipiente ofrecer promover incluir entender grande Grande obstinado restablecer Restablecer ella moldear importante significar impacto enfermero enfermera notable destacado rodete negar ordenación entornar criticar añadir generalización capaz capáz objetivo directamente realizar