Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. uitmuntend:
  2. uitmunten:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für uitmuntend (Niederländisch) ins Schwedisch

uitmuntend:


Übersetzung Matrix für uitmuntend:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
perfekt uitnemendheid; voortreffelijkheid
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
exellent briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk
fullkomligt patent; perfect; uitmuntend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk afgerond; baarlijk; gecompleteerd
fullständig patent; perfect; uitmuntend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk af; afgelopen; algeheel; beëindigd; compleet; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; kompleet; over; uit; volkomen; volledig; volslagen; voltooid; voorbij
fullständigt patent; perfect; uitmuntend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk af; afgelopen; afgerond; algeheel; baarlijk; beëindigd; compleet; gecompleteerd; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; integraal; klaar; kompleet; over; uit; volkomen; volledig; volslagen; voltooid; voorbij
fulländad patent; perfect; uitmuntend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk
fulländat patent; perfect; uitmuntend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk
förstklassigt briljant; excellent; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk eerste klasse; eersteklas; eersterangs; top; tot de beste klasse behorend; uitstekend
perfekt briljant; excellent; patent; perfect; puik; subliem; superbe; uitgelezen; uitgezocht; uitmuntend; uitnemend; uitstekend; volmaakt; voortreffelijk foutloos; ideaal; perfect; volmaakt

Verwandte Wörter für "uitmuntend":

  • uitmuntendheid

Wiktionary Übersetzungen für uitmuntend:


Cross Translation:
FromToVia
uitmuntend utmärkt excellent — of the highest quality
uitmuntend förträfflig; ypperlig excellent — Qui exceller ; qui possède toutes les qualités requises, très bon.

uitmunten:

uitmunten Verb (munt uit, muntte uit, muntten uit, uitgemunt)

  1. uitmunten (uitblinken; onderscheiden; overtreffen; )
    blinka; överglänsa; lysa starkare än
    • blinka Verb (blinker, blinkte, blinkt)
    • överglänsa Verb (överglänsar, överglänsade, överglänsat)
    • lysa starkare än Verb (lyser starkare än, lyste starkare än, lyst starkare än)

Konjugationen für uitmunten:

o.t.t.
  1. munt uit
  2. munt uit
  3. munt uit
  4. munten uit
  5. munten uit
  6. munten uit
o.v.t.
  1. muntte uit
  2. muntte uit
  3. muntte uit
  4. muntten uit
  5. muntten uit
  6. muntten uit
v.t.t.
  1. heb uitgemunt
  2. hebt uitgemunt
  3. heeft uitgemunt
  4. hebben uitgemunt
  5. hebben uitgemunt
  6. hebben uitgemunt
v.v.t.
  1. had uitgemunt
  2. had uitgemunt
  3. had uitgemunt
  4. hadden uitgemunt
  5. hadden uitgemunt
  6. hadden uitgemunt
o.t.t.t.
  1. zal uitmunten
  2. zult uitmunten
  3. zal uitmunten
  4. zullen uitmunten
  5. zullen uitmunten
  6. zullen uitmunten
o.v.t.t.
  1. zou uitmunten
  2. zou uitmunten
  3. zou uitmunten
  4. zouden uitmunten
  5. zouden uitmunten
  6. zouden uitmunten
en verder
  1. ben uitgemunt
  2. bent uitgemunt
  3. is uitgemunt
  4. zijn uitgemunt
  5. zijn uitgemunt
  6. zijn uitgemunt
diversen
  1. munt uit!
  2. munt uit!
  3. uitgemunt
  4. uitmuntend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für uitmunten:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
blinka getintel; knipoogje; tinteling
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
blinka excelleren; onderscheiden; overtreffen; schitteren; uitblinken; uitblinken boven; uitmunten; uitsteken flonkeren; knipogen; knipperen; met oogleden op en neer gaan
lysa starkare än excelleren; onderscheiden; overtreffen; schitteren; uitblinken; uitblinken boven; uitmunten; uitsteken
överglänsa excelleren; onderscheiden; overtreffen; schitteren; uitblinken; uitblinken boven; uitmunten; uitsteken boven staan

Wiktionary Übersetzungen für uitmunten:


Cross Translation:
FromToVia
uitmunten överträffa top — excel
uitmunten överstiga; överträffa dominercommander souverainement, avoir une puissance absolue.
uitmunten besegra; överstiga; överträffa surmontermonter au-dessus.