Übersicht
Niederländisch Synonyms:   mehr Daten
  1. adopteren:


Niederländisch

Detailed Synonyms for adopteren in Niederländisch

adopteren:

adopteren Verb (adopteer, adopteert, adopteerde, adopteerden, geadopteerd)

  1. adopteren
    aannemen; adopteren
    • aannemen Verb (neem aan, neemt aan, nam aan, namen aan, aangenomen)
    • adopteren Verb (adopteer, adopteert, adopteerde, adopteerden, geadopteerd)
  2. adopteren
    – als kind opnemen in het gezin 1
    aannemen; adopteren
    – als kind opnemen in het gezin 1
    • aannemen Verb (neem aan, neemt aan, nam aan, namen aan, aangenomen)
      • zij hebben een kind uit Chili aangenomen1
    • adopteren Verb (adopteer, adopteert, adopteerde, adopteerden, geadopteerd)
      • ze kunnen zelf geen kinderen krijgen, ze willen een kind adopteren1

Konjugationen für adopteren:

o.t.t.
  1. adopteer
  2. adopteert
  3. adopteert
  4. adopteren
  5. adopteren
  6. adopteren
o.v.t.
  1. adopteerde
  2. adopteerde
  3. adopteerde
  4. adopteerden
  5. adopteerden
  6. adopteerden
v.t.t.
  1. heb geadopteerd
  2. hebt geadopteerd
  3. heeft geadopteerd
  4. hebben geadopteerd
  5. hebben geadopteerd
  6. hebben geadopteerd
v.v.t.
  1. had geadopteerd
  2. had geadopteerd
  3. had geadopteerd
  4. hadden geadopteerd
  5. hadden geadopteerd
  6. hadden geadopteerd
o.t.t.t.
  1. zal adopteren
  2. zult adopteren
  3. zal adopteren
  4. zullen adopteren
  5. zullen adopteren
  6. zullen adopteren
o.v.t.t.
  1. zou adopteren
  2. zou adopteren
  3. zou adopteren
  4. zouden adopteren
  5. zouden adopteren
  6. zouden adopteren
diversen
  1. adopteer!
  2. adopteert!
  3. geadopteerd
  4. adopterende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

adopteren [znw.] Nomen

  1. adopteren
    adopteren; de aanneming; de adoptie

Alternate Synonyms for "adopteren":


Verwandte Definitionen für "adopteren":

  1. als kind opnemen in het gezin1
    • ze kunnen zelf geen kinderen krijgen, ze willen een kind adopteren1