Niederländisch

Detailübersetzungen für laagheid (Niederländisch) ins Französisch

laag:

laag [de ~] Nomen

  1. de laag (coating)
    l'enduit; la couche de protection
  2. de laag (echelon; geleding)
    l'échelon; le niveau; la section
  3. de laag (niveau; plan; peil; stand)
    le niveau; la couche; le plan; le degré; la mesure; la norme; la gradation
  4. de laag

laag Adjektiv

  1. laag (laaghartig; laag-bij-de-grond; gemeen; onedel)
    basse; bas; méchant; mauvais; méprisable; ordinaire; peu élevé; ignoblement; quotidien; odieux; ignoble; bassement; vachement; généralement admis; courant; vil; infect; ordinairement; déshonorant; habituel; normal; infâme; usuel; honteusement; d'usage; sans scrupules; odieusement
  2. laag (niet hoog)
    bas; pas haut
  3. laag (laag liggend; diep)
    bas; sous le vent; profond; situé bas
  4. laag (vuig; banaal)
    ignoble; infâme; abject; odieux; vil; méprisable
  5. laag (verachtelijk)

Übersetzung Matrix für laag:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
bas kniekous; kous
basse bas; bromstem; contrabas
couche laag; niveau; peil; plan; stand bedding; broeibak; eerste laag verf; filmpje; grondlaag; grondverf; huidje; kweekbed; laagje; ligbed; luier; omhulling; rivierbedding; schaal; schelp; schilletje; sponde; velletje
couche de protection coating; laag
courant beek; beekje; drift; driftstroom; elektriciteit; geestesrichting; geestesstroming; rivier; stroming; stroom; stroompje; zeestroming
degré laag; niveau; peil; plan; stand fase; graad; gradatie; hiërarchie; mate; niveau; ontwikkelingsstadium; peil; rang; rangorde; stadium; volgorde
enduit coating; laag plamuur; plamuursel
gradation laag; niveau; peil; plan; stand graad; gradatie; hiërarchie; mate; niveau; peil; rang; rangorde; volgorde
mesure laag; niveau; peil; plan; stand Metrics; afmeten; afmeting; dimensie; duimstok; formaat; graad; gradatie; grootte; maat; maateenheid; maatregel; maatstaf; maatstok; mate; omvang; schikking; toetssteen; voorziening
méchant eikel; hond; klootzak; lul; schobbejak; schoelje; schoft; smeerlap; stouterd
niveau echelon; geleding; laag; niveau; peil; plan; stand dimensieniveau; etage; fase; graad; gradatie; hiërarchie; klasse; mate; niveau; ontwikkelingsstadium; peil; pijlhoogte; rang; rangorde; stadium; verdieping; volgorde; waterpas; woonlaag
norme laag; niveau; peil; plan; stand maatstaf; norm; standaard; toetssteen
plan laag; niveau; peil; plan; stand grondplan; kaart; landkaart; overzicht; plan; plattegrond; project; situatieschets; situatietekening; stadskaart; toewijzing; vlak
quotidien alledag; courant; dagblad; dagelijks sleur; krant
section echelon; geleding; laag afdeling; alinea; basisbestanddeel; bestanddeel; bestuursregio; component; deel; departement; detachement; divisie; doorsnede; doorsnee; element; fractie; gebied; gordel; ingrediënt; lid; onderdeel; paragraaf; presentatiesectie; regio; sectie; sectie-indeling; streek; stuk; tak; terrein; territorium; vakgroep; zone
échelon echelon; geleding; laag gelid; graad; hiërarchie; klimijzer; klimspoor; niveau; peil; rang; rangorde; sport; trede van een ladder; volgorde
AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
- boosaardig; gemeen; kwaadaardig
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
couche laag
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
abject banaal; laag; verachtelijk; vuig bedriegelijk; gefingeerd; nagemaakt; onecht; onwaar; vals
avec mépris laag; verachtelijk honend; hooghartig; minachtend; schamper; smadelijk; smadend; smalend; spottend
bas diep; gemeen; laag; laag liggend; laag-bij-de-grond; laaghartig; niet hoog; onedel achterbaks; banaal; bedriegelijk; doortrapt; gedempt; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; grof; halfluid; laag-bij-de-grond; laaghangend; leep; listig; lomp; nagemaakt; onecht; onwaar; plat; platvloers; ploertig; schunnig; slinks; sluw; snood; stiekem; triviaal; uitgekookt; vals; vunzig
basse gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel banaal; bedriegelijk; gefingeerd; grof; laag-bij-de-grond; laaghangend; lomp; nagemaakt; onecht; onwaar; plat; platvloers; ploertig; schunnig; triviaal; vals; vunzig
bassement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel achterbaks; banaal; bedriegelijk; doortrapt; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; grof; laag-bij-de-grond; leep; listig; lomp; nagemaakt; onecht; onwaar; plat; platvloers; ploertig; schunnig; slinks; sluw; snood; stiekem; triviaal; uitgekookt; vals; vunzig
courant gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel alledaags; courant; doorgaand; doorlopend; eenvoudig; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; hardlopend; hedendaags; huidig; lopend; niets bijzonders; normaal; ordinair; rondgaande; snellopend; stromend; tegenwoordig; van nu; van vandaag; vliedend; vloeiend; vlot
d'un air méprisant laag; verachtelijk
d'un ton méprisant laag; verachtelijk
d'usage gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel courant; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; normaal
dédaigneusement laag; verachtelijk aanmatigend; arrogant; hautain; honend; hooghartig; hoogmoedig; hovaardig; minachtend; neerbuigend; smalend; spottend; uit de hoogte; vanuit de hoogte; verwaand; zelfgenoegzaam; zelfingenomen
dédaigneux laag; verachtelijk geringschattend; honend; hooghartig; kleinerend; laatdunkend; minachtend; neerbuigend; schamper; smadelijk; smadend; smalend; spottend; trots; uit de hoogte; vanuit de hoogte
déshonorant gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel beledigend; ijzingwekkend; ontzettend; schrikbarend; schrikwekkend; vreselijk
enduit ingesmeerd
généralement admis gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel courant; gangbaar; gebruikelijk; gewoon; normaal
habituel gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel courant; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; normaal; traditiegetrouw; traditioneel; volgens de traditie
honteusement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel godgeklaagd; hemeltergend; honend; kleinerend; schamper; schandalig; schandelijk; smadelijk; smadend; smalend; spottend; ten hemel schreiend; verfoeilijk; vernederend; zeer ergerlijk
ignoble banaal; gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel; vuig banaal; bedriegelijk; boefachtig; boosaardig; donker; dubieus; duister; eerloos; gefingeerd; gemeen; glibberig; gluiperig; grof; infaam; laag-bij-de-grond; lomp; min; nagemaakt; obscuur; onecht; onguur; onwaar; plat; platvloers; ploertig; schunnig; schurkachtig; slecht; triviaal; vals; verdacht; vunzig
ignoblement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel banaal; bedriegelijk; boefachtig; boosaardig; gefingeerd; gemeen; gluiperig; grof; laag-bij-de-grond; lomp; nagemaakt; onecht; onwaar; plat; platvloers; schunnig; schurkachtig; triviaal; vals; vunzig
indigne laag; verachtelijk eerloos; infaam; onwaardig
indignement laag; verachtelijk
infect gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel banaal; grof; laag-bij-de-grond; lomp; plat; platvloers; schunnig; triviaal; vunzig; walmend
infâme banaal; gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel; vuig banaal; beledigend; boefachtig; boosaardig; eerloos; gemeen; gluiperig; godgeklaagd; grof; hemeltergend; infaam; laag-bij-de-grond; lomp; plat; platvloers; schunnig; schurkachtig; ten hemel schreiend; triviaal; vals; vunzig; zeer ergerlijk
mauvais gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel arm; donker; dubieus; duister; erg; ernstig; gemeen; giftig; glibberig; inferieur; kwaadaardig; kwaadwillig; kwalijk; met slechte intentie; min; minderwaardig; niet lekker; niet smakelijk; obscuur; ondermaats; ondeugdelijk; ongepast; onguur; onkies; onvertogen; slecht; snood; tweederangs; vals; van bedenkelijke aard; venijnig; verdacht; verkeerd; zwak
méchant gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel achterbaks; banaal; bar slecht; bedriegelijk; donker; doortrapt; dubieus; duister; duivelachtig; duivels; erg boosaardig; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; giftig; glibberig; gluiperig; grof; honds; kwaadaardig; kwaadwillig; laag-bij-de-grond; leep; listig; lomp; met slechte intentie; min; nagemaakt; obscuur; onecht; onguur; onwaar; pesterig; plat; platvloers; schunnig; serpentachtig; slecht; slinks; sluw; snood; stiekem; triviaal; uitgekookt; vals; venijnig; verdacht; vunzig
méprisable banaal; gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel; verachtelijk; vuig arm; banaal; bedriegelijk; gefingeerd; grof; inferieur; laag-bij-de-grond; lomp; minderwaardig; nagemaakt; ondermaats; ondeugdelijk; onecht; onwaar; plat; platvloers; schunnig; slecht; triviaal; tweederangs; vals; vunzig; zwak
méprisant laag; verachtelijk aanmatigend; arrogant; hautain; honend; hooghartig; hoogmoedig; hovaardig; minachtend; neerbuigend; smalend; spottend; uit de hoogte; verwaand; zelfgenoegzaam; zelfingenomen
normal gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel alledaags; courant; eenvoudig; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; niets bijzonders; normaal; ordinair
odieusement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel afgrijselijk; afschuwelijk; gruwelijk; hatelijk; schandalig; stekelig; verfoeilijk; verschrikkelijk; vijandig; vreselijk
odieux banaal; gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel; vuig afgrijselijk; afschuwelijk; gruwelijk; hatelijk; schandalig; stekelig; verfoeilijk; verschrikkelijk; vijandig; vreselijk
ordinaire gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel alledaags; alledaagse; bedriegelijk; bescheiden; doodgewoon; eenvoudig; gangbaar; gebruikelijk; gefingeerd; gemakkelijk; gemeen; gewoon; grof; licht; makkelijk; nagemaakt; natuurlijk; nederig; niet moeilijk; niet voornaam; niets bijzonders; normaal; onecht; ongecompliceerd; ongekunsteld; onwaar; ordinair; plat; platvloers; simpel; vals; van eenvoudige komaf; vulgair
ordinairement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel bedriegelijk; doorgaans; gefingeerd; gemeenlijk; gewoonlijk; meestal; merendeels; nagemaakt; onecht; onwaar; vaak; vals; veelal; voor het grootste gedeelte
pas haut laag; niet hoog
peu élevé gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel in geringe mate; klein
profond diep; laag; laag liggend absoluut; degelijk; diep; diepgaand; diepgravend; diepliggend; diepzinnig; extremistische; grondig; helemaal; in het geheel; ingrijpend; innig; intens; niet oppervlakkig; pijnlijk; radicale; totaal; volkomen; zeer
quotidien gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel daags; dagelijks; dagelijkse
sans scrupules gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel amoreel; gewetenloos; immoreel; nietsontziend; onzedelijk; onzedig; zedeloos
situé bas diep; laag; laag liggend
sous le vent diep; laag; laag liggend
sur un ton méprisant laag; verachtelijk
usuel gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel courant; gangbaar; gebruikelijk; gewoon; normaal
vachement gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel bedriegelijk; gefingeerd; nagemaakt; onecht; ontzettend; onwaar; vals; verschrikkelijk; vreselijk
vil banaal; gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; onedel; vuig achterbaks; banaal; bedriegelijk; donker; doortrapt; dubieus; duister; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; glibberig; gluiperig; grof; kwalijk; laag-bij-de-grond; leep; listig; lomp; min; nagemaakt; obscuur; onecht; onguur; onwaar; plat; platvloers; schunnig; slecht; slinks; sluw; snood; stiekem; triviaal; uitgekookt; vals; verdacht; vunzig

Verwandte Wörter für "laag":


Synonyms for "laag":


Antonyme für "laag":


Verwandte Definitionen für "laag":

  1. met slechte bedoelingen1
    • het is een lage streek van hem ons zo te bedriegen1
  2. dicht bij de grond1
    • voor de bank staat een lage tafel1
  3. hoeveelheid van een stof die ergens op of tussen zit1
    • ik deed een dikke laag jam op mijn brood1
  4. met een kleine waarde1
    • we krijgen lage temperaturen deze maand1
  5. zwaar en donker1
    • de lage tonen waren goed te horen1

Wiktionary Übersetzungen für laag:

laag
noun
  1. iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
adjective
  1. niet ver boven iets anders zijn
laag
adjective
  1. Qui est dans un état d’abjection, qui est rejeté et digne de l’être ; vil, méprisable.
  2. Qui n’est pas tendre, qui n’est pas serrer comme il pouvoir ou devoir l’être.
noun
  1. marine|fr situation des côtes de la mer.

Cross Translation:
FromToVia
laag classe class — social grouping, based on job, wealth, etc.
laag couche coat — covering of material, such as paint
laag couche layer — single thickness of some material covering a surface
laag couche layer — item of clothing worn under or over another
laag bas low — in a position comparatively close to the ground
laag feuille sheet — sheet of material
laag rang tier — layer or rank
laag couche LageSchicht


Wiktionary Übersetzungen für laagheid:

laagheid