Übersicht
Niederländisch nach Spanisch:   mehr Daten
  1. geïntrigeerd:
  2. intrigeren:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für geïntrigeerd (Niederländisch) ins Spanisch

geïntrigeerd:

geïntrigeerd Adjektiv

  1. geïntrigeerd (gefascineerd; geboeid)
    esposado; colocado; atado; consignado; amarrado

Übersetzung Matrix für geïntrigeerd:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
atado vastketenen; vastkluisteren; vastleggen
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
amarrado geboeid; gefascineerd; geïntrigeerd
atado geboeid; gefascineerd; geïntrigeerd dichtgeknoopt; geboeid; gebonden; niet vrij; onvrij; opgebonden; vastgebonden; vastgemaakt
colocado geboeid; gefascineerd; geïntrigeerd afgezet; gelegd; opgelegd; opgezet dier
consignado geboeid; gefascineerd; geïntrigeerd
esposado geboeid; gefascineerd; geïntrigeerd

intrigeren:

intrigeren Verb (intrigeer, intrigeert, intrigeerde, intrigeerden, geïntrigeerd)

  1. intrigeren (fascineren; boeien)
  2. intrigeren (konkelen; kuipen)

Konjugationen für intrigeren:

o.t.t.
  1. intrigeer
  2. intrigeert
  3. intrigeert
  4. intrigeren
  5. intrigeren
  6. intrigeren
o.v.t.
  1. intrigeerde
  2. intrigeerde
  3. intrigeerde
  4. intrigeerden
  5. intrigeerden
  6. intrigeerden
v.t.t.
  1. ben geïntrigeerd
  2. bent geïntrigeerd
  3. is geïntrigeerd
  4. zijn geïntrigeerd
  5. zijn geïntrigeerd
  6. zijn geïntrigeerd
v.v.t.
  1. was geïntrigeerd
  2. was geïntrigeerd
  3. was geïntrigeerd
  4. waren geïntrigeerd
  5. waren geïntrigeerd
  6. waren geïntrigeerd
o.t.t.t.
  1. zal intrigeren
  2. zult intrigeren
  3. zal intrigeren
  4. zullen intrigeren
  5. zullen intrigeren
  6. zullen intrigeren
o.v.t.t.
  1. zou intrigeren
  2. zou intrigeren
  3. zou intrigeren
  4. zouden intrigeren
  5. zouden intrigeren
  6. zouden intrigeren
en verder
  1. heb geïntigreerd
  2. hebt geïntigreerd
  3. heeft geïntigreerd
  4. hebben geïntigreerd
  5. hebben geïntigreerd
  6. hebben geïntigreerd
diversen
  1. intrigeer!
  2. intrigeert!
  3. geïntrigeerd
  4. intrigerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für intrigeren:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
aportar erin brengen; inbrengen
contribuir erin brengen; inbrengen
fascinar aantrekken; bekoren; charmeren
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
aportar intrigeren; konkelen; kuipen bijdragen; iets in te brengen hebben; inbrengen; meehelpen
contribuir intrigeren; konkelen; kuipen assisteren; bijdragen; handreiken; iets in te brengen hebben; inbrengen; insturen; inzenden; meehelpen
enredar intrigeren; konkelen; kuipen aanblazen; aanstoken; aanwakkeren; afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; compliceren; ingewikkeld maken; moeilijk maken; neppen; obsederen; omlijnen; oppoken; opstoken; poken; sjoemelen; stoken; verwikkelen
fascinar boeien; fascineren; intrigeren beheksen; bekoren; betoveren; betrappen; bevallen; obsederen; snappen
hacer entrar intrigeren; konkelen; kuipen
intrigar boeien; fascineren; intrigeren; konkelen; kuipen benieuwen; obsederen

Wiktionary Übersetzungen für intrigeren:

intrigeren
verb
  1. interesse wekken, fascineren
  2. met slinkse streken te werk gaan