Übersicht
Niederländisch nach Spanisch:   mehr Daten
  1. benard:
  2. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für benardheid (Niederländisch) ins Spanisch

benard:

benard Adjektiv

  1. benard (zorgwekkend; kritiek; hachelijk; )
    grave; crítico; delicado; alarmante; precario; complicado; inquietante; angustioso; difícil; penoso; espinoso; apurado; preocupante

Übersetzung Matrix für benard:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
crítico criticus; recensent
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
alarmante benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend angstwekkend; bliksems; dreigend; eng; godgeklaagd; hemeltergend; ijzingwekkend; onrustbarend; ontstellend; ontzettend; schandalig; schandelijk; schrikaanjagend; schrikbarend; schrikwekkend; ten hemel schreiend; verdraaid; verduiveld; verfoeilijk; verontrustend; verschrikkelijk; vreselijk; zeer ergerlijk; zorgelijk; zorgwekkend
angustioso benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend angstig; bang; bevreesd; in angst; verschrikt; vreesachtig
apurado benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend geremd; ingehouden; lastige
complicado benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend complex; delicaat; gecompliceerd; gewikkeld in; hachelijk; ingewikkeld; kritiek; lastig; lastige; moeilijk; netelig; niet makkelijk; niet schikkend; ongemakkelijk; penibel; precair; storend; zwaar
crítico benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend delicaat; hachelijk; kritiek; lastig; lastige; netelig; penibel; precair
delicado benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend angstig voor pijn; breekbaar; broos; delicaat; dun; elegant; fijn; fijn van smaak; fijnbesnaard; fijngebouwd; fijngevoelig; fijntjes; fijnzinnig; fragiel; frèle; gammel; gracieus; hachelijk; iel; kleinzerig; krakkemikkig; kritiek; kwetsbaar; lastig; lastige; lichtgebouwd; netelig; onprettig; penibel; precair; rank; sierlijk; slank; slap; subtiel; teder; teer; teerbesnaard; teergevoelig; tenger; verfijnd; wankel; zwak
difícil benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend bezwaarlijk; delicaat; hachelijk; hartig; hoofdbrekend; inspannend; kritiek; kritisch; lastig; lastige; met bezwaren; moeilijk; netelig; niet makkelijk; niet schikkend; ongemakkelijk; penibel; pittig; pittig gesprek; precair; problematisch; stevig; storend; veeleisend; zwaar
espinoso benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend branderig; doornachtig; doornachtige; doornen; doornig; graatachtig; graatmager; lastige; met stekels; niet duidelijk; niet helder; onduidelijk; onhelder; onklaar; stekelig; totaal vermagerd; troebel; vaag; van doornstruiken; van een doorngewas; vol doornen
grave benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend argwaan opwekkend; corpulent; dik; erg; ernstig; gemeen; gezet; heel erg; ingetogen; kwalijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; lijvig; onedel; ontzettend; schromelijk; serieus; stemmig; van bedenkelijke aard; verdacht; verschrikkelijk; vol ernst; vreselijk; week; werkelijk menend; zwaarlijvig; zwak
inquietante benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend angstwekkend; argwaan opwekkend; onrustbarend; ontstellend; verdacht; verontrustend; zorgelijk; zorgwekkend
penoso benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend akelig; beroerd; bezwaarlijk; corpulent; diepdroevig; dik; ellendig; gevaarlijk; gevat; gezet; hachelijk; indroevig; lastig; lastige; lijvig; met bezwaren; moeizaam; naar; pijnlijk; risicovol; riskant; rouwig; scherp; scherpzinnig; schrander; slim; smartelijk; snedig; stekend; treurig; uitgeslapen; verdrietig; verdrietig makend; vlijmend; vlijmscherp; zeer doend; zwaarlijvig
precario benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend delicaat; gammel; gevaarlijk; gewaagd; hachelijk; krakkemikkig; kritiek; lastig; netelig; penibel; precair; wankel; zwak
preocupante benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; penibel; zorgelijk; zorgwekkend angstwekkend; onrustbarend; ontstellend; verontrustend

Verwandte Wörter für "benard":

  • benardheid, benarder, benardere

Wiktionary Übersetzungen für benard:

benard
adjective
  1. in het nauw gebracht


Wiktionary Übersetzungen für benardheid:


Cross Translation:
FromToVia
benardheid apuro; estorbo; turbación; perplejidad embarras — Ce qui embarrasse ou résultat de l’action d’embarrasser.