Übersicht
Niederländisch nach Englisch:   mehr Daten
  1. intoneren:
  2. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für intoneren (Niederländisch) ins Englisch

intoneren:

intoneren Verb (intoneer, intoneert, intoneerde, intoneerden, geïntoneerd)

  1. intoneren
    to intone
    • intone Verb (intones, intoned, intoning)

Konjugationen für intoneren:

o.t.t.
  1. intoneer
  2. intoneert
  3. intoneert
  4. intoneren
  5. intoneren
  6. intoneren
o.v.t.
  1. intoneerde
  2. intoneerde
  3. intoneerde
  4. intoneerden
  5. intoneerden
  6. intoneerden
v.t.t.
  1. heb geïntoneerd
  2. hebt geïntoneerd
  3. heeft geïntoneerd
  4. hebben geïntoneerd
  5. hebben geïntoneerd
  6. hebben geïntoneerd
v.v.t.
  1. had geïntoneerd
  2. had geïntoneerd
  3. had geïntoneerd
  4. hadden geïntoneerd
  5. hadden geïntoneerd
  6. hadden geïntoneerd
o.t.t.t.
  1. zal intoneren
  2. zult intoneren
  3. zal intoneren
  4. zullen intoneren
  5. zullen intoneren
  6. zullen intoneren
o.v.t.t.
  1. zou intoneren
  2. zou intoneren
  3. zou intoneren
  4. zouden intoneren
  5. zouden intoneren
  6. zouden intoneren
en verder
  1. is geïntoneerd
diversen
  1. intoneer!
  2. intoneert!
  3. geïntoneerd
  4. intonerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für intoneren:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
intone intoneren

Wiktionary Übersetzungen für intoneren:

intoneren
verb
  1. To produce a note of a given pitch.