Übersicht
Deutsch nach Niederländisch:   mehr Daten
  1. offenfalten:


Deutsch

Detailübersetzungen für offenfalten (Deutsch) ins Niederländisch

offenfalten:

offenfalten Verb

  1. offenfalten (entfalten; falten)
    ontvouwen; uitspreiden; uitklappen; uitslaan; uitvouwen; openspreiden; openvouwen
    • ontvouwen Verb (ontvouw, ontvouwt, ontvouwde, ontvouwden, ontvouwd)
    • uitspreiden Verb (spreid uit, spreidt uit, spreidde uit, spreidden uit, uitgespreid)
    • uitklappen Verb (klap uit, klapt uit, klapte uit, klapten uit, uitgeklapt)
    • uitslaan Verb (sla uit, slaat uit, sloeg uit, sloegen uit, uitgeslagen)
    • uitvouwen Verb (vouw uit, vouwt uit, vouwde uit, vouwden uit, uitgevouwen)
    • openvouwen Verb (vouw open, vouwt open, vouwde open, vouwden open, opengevouwen)

Übersetzung Matrix für offenfalten:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
ontvouwen entfalten; falten; offenfalten aufschließen; auseinandersetzen; darlegen; deuten; erklären; erläutern; erörtern; illustrieren; schildern; verdeutlichen
openspreiden entfalten; falten; offenfalten
openvouwen entfalten; falten; offenfalten
uitklappen entfalten; falten; offenfalten auseinanderfalten; ausklappen
uitslaan entfalten; falten; offenfalten ausschlagen
uitspreiden entfalten; falten; offenfalten auslegen; bereitlegen; bereitstellen; zurechtlegen
uitvouwen entfalten; falten; offenfalten