Niederländisch

Detailübersetzungen für instaan voor (Niederländisch) ins Französisch

instaan voor:

instaan voor Verb (sta in voor, staat in voor, stond in voor, stonden in voor, ingestaan voor)

  1. instaan voor (garant staan; borg zijn)
    garantir; se porter garant de; certifier; être garant que
    • garantir Verb (garantis, garantit, garantissons, garantissez, )
    • certifier Verb (certifie, certifies, certifions, certifiez, )
  2. instaan voor (garanderen; verzekeren; waarborgen; vast beloven)
    garantir; assurer; rassurer; certifier; être garant de; se porter garant; ratifier; répondre pour; se porter caution pour
    • garantir Verb (garantis, garantit, garantissons, garantissez, )
    • assurer Verb (assure, assures, assurons, assurez, )
    • rassurer Verb (rassure, rassures, rassurons, rassurez, )
    • certifier Verb (certifie, certifies, certifions, certifiez, )
    • ratifier Verb (ratifie, ratifies, ratifions, ratifiez, )

Konjugationen für instaan voor:

o.t.t.
  1. sta in voor
  2. staat in voor
  3. staat in voor
  4. staan in voor
  5. staan in voor
  6. staan in voor
o.v.t.
  1. stond in voor
  2. stond in voor
  3. stond in voor
  4. stonden in voor
  5. stonden in voor
  6. stonden in voor
v.t.t.
  1. heb ingestaan voor
  2. hebt ingestaan voor
  3. heeft ingestaan voor
  4. hebben ingestaan voor
  5. hebben ingestaan voor
  6. hebben ingestaan voor
v.v.t.
  1. had ingestaan voor
  2. had ingestaan voor
  3. had ingestaan voor
  4. hadden ingestaan voor
  5. hadden ingestaan voor
  6. hadden ingestaan voor
o.t.t.t.
  1. zal instaan voor
  2. zult instaan voor
  3. zal instaan voor
  4. zullen instaan voor
  5. zullen instaan voor
  6. zullen instaan voor
o.v.t.t.
  1. zou instaan voor
  2. zou instaan voor
  3. zou instaan voor
  4. zouden instaan voor
  5. zouden instaan voor
  6. zouden instaan voor
diversen
  1. sta in voor!
  2. staat in voor!
  3. ingestaan voor
  4. instaand voor
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für instaan voor:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
assurer garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen zekeren
certifier borg zijn; garanderen; garant staan; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen beweren; borg staan; getuigen; instaan; pretenderen; stellen; verklaren; voorgeven
garantir borg zijn; garanderen; garant staan; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen borg staan; instaan; vrijwaren
rassurer garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen geruststellen
ratifier garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen autoriseren; bekrachtigen; bestempelen; bevestigen; bezegelen; billijken; certificeren; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; homologeren; merken; permitteren; ratificeren; toestaan; toestemmen in; waarmerken
répondre pour garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen
se porter caution pour garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen
se porter garant garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen borg staan; instaan
se porter garant de borg zijn; garant staan; instaan voor
être garant de garanderen; instaan voor; vast beloven; verzekeren; waarborgen aansprakelijk zijn; aansprakelijk zijn voor; verantwoordelijkheid dragen
être garant que borg zijn; garant staan; instaan voor

Verwandte Übersetzungen für instaan voor