Übersicht


Niederländisch

Detailübersetzungen für noest (Niederländisch) ins Englisch

noest:

noest Adjektiv

  1. noest (onvermoeibaar; bedreven)
    indefatigable; zealous; tireless; diligent; assiduous; practised; ardent; industrious; practiced
  2. noest (arbeidzaam)

Übersetzung Matrix für noest:

AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
ardent bedreven; noest; onvermoeibaar fel; fervent; gepassioneerd; hartstochtelijk; heetbloedig; heftig; hevig; spiritueus; stormachtig; temperamentvol; verwoed; vurig; warmbloedig
assiduous bedreven; noest; onvermoeibaar naarstig; toegewijd; verwoed
diligent arbeidzaam; bedreven; noest; onvermoeibaar naarstig; toegewijd; verwoed
indefatigable bedreven; noest; onvermoeibaar onverdroten; onvermoeibaar; onvermoeid
industrious arbeidzaam; bedreven; noest; onvermoeibaar actief; arbeidend; arbeidzaam; bedrijvig; bezig; druk; ijverig; naarstig; nijver; verwoed; vlijtig; werkend; werkzaam
practiced bedreven; noest; onvermoeibaar geleerd; geschoold; onderwezen
practised bedreven; noest; onvermoeibaar geleerd; geschoold; onderwezen
tireless bedreven; noest; onvermoeibaar
zealous bedreven; noest; onvermoeibaar ijverig; vlijtig
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
hard working arbeidzaam; noest flink aanpakkend; grondig aanpakkend; stevig aanpakkend
laborious arbeidzaam; noest actief; arbeidend; arbeidzaam; bedrijvig; bewerkelijk; bezig; werkend; werkzaam