Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. omheenloodsen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für omheenloodsen (Niederländisch) ins Deutsch

omheenloodsen:

omheenloodsen Verb (loods omheen, loodst omheen, loodste omheen, loodsten omheen, omheen geloodst)

  1. omheenloodsen
    herumführen
    • herumführen Verb (führe herum, führst herum, führt herum, führte herum, führtet herum, herumgeführt)

Konjugationen für omheenloodsen:

o.t.t.
  1. loods omheen
  2. loodst omheen
  3. loodst omheen
  4. loodsen omheen
  5. loodsen omheen
  6. loodsen omheen
o.v.t.
  1. loodste omheen
  2. loodste omheen
  3. loodste omheen
  4. loodsten omheen
  5. loodsten omheen
  6. loodsten omheen
v.t.t.
  1. heb omheen geloodst
  2. hebt omheen geloodst
  3. heeft omheen geloodst
  4. hebben omheen geloodst
  5. hebben omheen geloodst
  6. hebben omheen geloodst
v.v.t.
  1. had omheen geloodst
  2. had omheen geloodst
  3. had omheen geloodst
  4. hadden omheen geloodst
  5. hadden omheen geloodst
  6. hadden omheen geloodst
o.t.t.t.
  1. zal omheenloodsen
  2. zult omheenloodsen
  3. zal omheenloodsen
  4. zullen omheenloodsen
  5. zullen omheenloodsen
  6. zullen omheenloodsen
o.v.t.t.
  1. zou omheenloodsen
  2. zou omheenloodsen
  3. zou omheenloodsen
  4. zouden omheenloodsen
  5. zouden omheenloodsen
  6. zouden omheenloodsen
en verder
  1. ben er omheen geloodst
  2. bent er omheen geloodst
  3. is er omheen geloodst
  4. zijn er omheen geloodst
  5. zijn er omheen geloodst
  6. zijn er omheen geloodst
diversen
  1. loods omheen!
  2. loodst omheen!
  3. omheen geloodst
  4. omheen loodsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für omheenloodsen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
herumführen omheenloodsen begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; rondleiden; vergezellen; volgen